SpiritWijs

Spiritualiteit op eigen wijze

Home » Het onbekende eigene

Het onbekende eigene

Omdat mystagogie verweven is met iemands levensverhaal zal ik ter illustratie op mijn ervaringen reflecteren. Hoe mijn contrastervaringen mijn weg naar de mystagogie mogelijk hebben gemaakt en hoe ik vanuit de stilte, door op te groeien met dove ouders, het luisteren ontdekt heb en als spiritueel spoor heb bloot gelegd.

Mystagogie is een theologische begeleidingswijze (agogie), waarin het mysterie (mustèrion) richting geeft aan je persoonlijke ontplooiing en het ontdekken van je verlangens. De zoektocht die de mystagogie beoogt kan omschreven worden als een binnengeleid worden in het mysterie van wie je ten diepste bent en is mystiek. In de huidige beleving van spiritualiteit zijn mensen zoekende naar zichzelf. Je kunt dat beschouwen als een verlangen naar mystiek. Mystieke ervaring is niet een ervaring van het buitengewone, maar de ervaring van jouw authenticiteit die vorm heeft gekregen en wil krijgen in het dagelijkse leven. In het verwerken van je levenservaringen mag je ontplooien wie jij bent en word je congruent met jezelf. Mystagogie is daarom ook een therapeutisch proces. Iemand die deze vorm van levensbegeleiding hanteert noemen we een mystagoog. Een mystagoog zal voeling hebben met mystieke aspecten in het wordingsproces. Een mystagogisch proces is een reflectie op het bekende van wie je geworden bent en een verkenning van het onbekende van wie je ten diepste bent.

Het contrast beluisteren

In de mystagogie wordt de persoonlijkheid die je geworden bent, met je karakter en je levenservaringen, verkend in het licht van je verlangen waar je nog geen woorden aan kunt geven. Door een contrastervaring komen vertrouwde ervaringen en je identiteit in een ander perspectief te staan. Er gebeurt iets wat niet past in het normale patroon. Het normale wordt vreemd. Het leven wordt een raadsel. Je raakt vervreemd of ontheemd van jezelf. Zoals in mijn leven, door de doofheid van mijn ouders, waardoor een horende vorm van communicatie verstoord is. De contrastervaring beïnvloedt op een onbewuste wijze het zelfbeeld en de levenshouding. Die onbewuste beïnvloeding zal als een rode draad door het leven heengaan en steeds opnieuw om verwerking en bewustwording vragen, vanuit een onbewust verlangen jezelf  te worden tegen de ontwrichtende krachten van het contrast in. Hoe onbewust dat verlangen ook is, het verlangen om jezelf te hervinden doorheen de contrastervaring blijft in je doorwerken. Je voelt het eigene van jezelf aan, maar hebt er aanvankelijk nog geen woorden voor en weet ook nog niet hoe het eigene zich in je kan ontplooien. Je raakt hier aan een groot mysterie.

Een rode draad in de complexe reflectie op het bekende en het verkennen van het onbekende in mijn leven is gevormd door een zingeving van horen en luisteren. De doofheid van mijn ouders heeft mijn identiteit diepgaand gekleurd. Ik ben vertrouwd geworden met de stilte. Maar het contrast tussen de communicatie van mijn ouders en mijn manier van communicatie geeft ook discongruentie in hoe ik mijzelf ervaar. “Ik mag horen”, is voor mij een ijkpunt geworden in het woorden geven aan wie ik ben en aan mijn verlangen. Dat uit zich in een geleidelijke openbaring van wat luisteren voor mij betekent. Het besef dat ik mag horen, dat ik mijn stem mag gebruiken om te spreken, dat anderen mij mogen horen, dat ik gehoord mag worden door anderen. Dat mijn ouders er gelukkig om zijn dat ik hoor. In mijn ontplooiing als een horende en luisterende mens mag ik congruent worden.

In het verkennen van het verlangen is er aandacht voor de heling van de persoonlijkheid; hoe je uit de ontstane vervreemding van jezelf opnieuw mag ontdekken wie je ten diepste bent, wat je bekwaamheden zijn, je waarden, wat waardevol is, je levenszin en je verlangens. De dynamiek tussen de vervreemding en het zichzelf hervinden is een complex proces, want in de vervreemding ben je ook met jezelf vertrouwd geworden. Soms is een nieuwe contrastervaring nodig om de vervreemding waarmee je vertrouwd bent geworden aan het licht te brengen. Jouw bekende verlangens krijgen een wending of je krijgt een ongekend diepe wonderschone ervaring waarvan je het diepste verlangen nog niet kende.

Ik ontdek dat mijn horen niet de snelle communicatie van talkshows kan verwerken, noch van bepaalde andere vormen van horen; een harde stem, de snelle prater, de cabaretier, hoorcolleges, politieke debatten. Die wijzen van horen kan ik maar met mate beoefenen, ook al worden ze hoog gewaardeerd in de wereld om me heen. Dit is voor mij ook een contrastervaring; niet het contrast tussen het niet kunnen horen van mijn ouders en het horen van mij, maar een contrast tussen mijn stille en vertragende horen en het luide en snelle horen van de wereld om mij heen. De bewustwording van het contrast geeft mijn verlangen aldus richting.

In mij is er een verlangen om mijn eigen stijl van horen te ontplooien. Mijn horen blijkt een luisteren vanuit stilte te zijn. De stilte blijft me vertrouwd en ik mag in deze vertrouwdheid mezelf worden als horende mens. Dat betekent dat ik steeds opnieuw onbekende aspecten van mijn luisteren mag ontplooien. Zo heb ik al verschillende aspecten van luisteren ontdekt die bij mij passen: in rustig gesprek met anderen, vanuit stilte luisteren, voorbij de woorden luisteren, naar binnen luisteren, de zachte stem beluisteren, de innerlijke stem, ingaan in het hart dat luistert.

Gaandeweg blijkt dat mijn horen een talent in zich verbergt dat zich mag ontwikkelen tot een bekwaamheid, waarin het luisteren voorbij de woorden zo essentieel is. Mijn verlangen heeft mij aldus richting gegeven in het worden van wie ik ten diepste ben, met mijn bekwaamheden en zingeving in mijn leven.

Aan jezelf gegeven worden

Niemand weet hoe iemand zichzelf zal (her)vinden, maar het verlangen wijst de richting. Het verlangen geeft geleidelijk aan bewustwording hoe het nog onbekende eigene in jezelf geïntegreerd kan worden. Het karakteristieke van de mystagogie is de herkenning van een mystieke dynamiek in het zingevingsproces. Dat onderscheidt het van andere therapeutische benaderingen. Wanneer je met een vergrootglas de mystieke dynamiek van het jezelf worden probeert te bekijken en vervolgens te verwoorden, dan wordt de ontvangende vorm benadrukt. Zoals in de uitdrukking: aan jezelf gegeven worden. Worden wie je ten diepste bent is een ervaring van het aan jezelf gegeven worden. Het is eigen aan de mystagogie om het therapeutisch proces in de ontvangende vorm te verwoorden, omdat ze oog heeft voor de mystieke aspecten van jezelf worden. Mystiek lijkt dan enkel passief te zijn, maar dat is een opvatting die niet strookt met de werkelijkheid. Immers niemand slijt de dagen in passiviteit. Altijd ben je bezig met iets. In de trein zitten bijvoorbeeld. En in dat reizen kan er innerlijk veel gebeuren. Met de trein reizen is verwerken, naar buiten staren, terugkijken en vooruitkijken. In dat werken gebeurt er iets wat je niet zou verwachten en wat je niet in de hand hebt. Je wordt aan jezelf teruggegeven. Je wordt je verlangen gewaar. De relatieve rust van het reizen geeft ruimte aan deze dynamiek. Met de trein reizen, breien, wandelen, tuinieren, muziek beluisteren, dansen, schilderen, mediteren, schrijven, lezen en spelen, vertragen de tijd en verstillen het gemoed waardoor je diep in je eigen ziel kan kijken. De levenshouding die hierin leidinggevend zal gaan worden, is een ontvangend omgaan met het onbekende, dat ook wel een houding van niet-weten wordt genoemd.

Ik heb vele uren in de bus en de trein gezeten tijdens mijn studie aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Ik heb in die jaren hard gestudeerd en ben zelfs cum laude afgestudeerd, maar in de bus had ik bijna nooit een boek in mijn hand en veel heb ik naar buiten gekeken. Ik kan me nog heel goed het moment van een prachtige zonsondergang herinneren en mijn gevoel daarbij. Van Titus Brandsma wordt wel gezegd dat hij in de trein een mysticus is geworden.[1] Ik voel dat ook zo. Er is affiniteit tussen hem en mij: als ik een jongen was geweest dan zouden mijn ouders mij naar Titus vernoemd hebben. Later ben ik het schrijven gaan ontdekken om uiting te geven aan het spirituele spoor dat in mijn leven voelbaar is geworden. Ik heb een artikeltje geschreven over innerlijke zintuigen.[2] Dit thema koos ik niet vanuit een vooropgezette bedoeling, maar al schrijvende ontstond het zo. Ik mijmerde over mystieke thema’s: ieder mens draagt iets kostbaars in zich (Martin Buber); ogen in mijn innerlijk geschetst (Jan van het Kruis); ingaan in het hart dat luistert (Soetra van de barmhartige). Later pas zag ik een verband met mijn contrastervaring en hoe de stille communicatie met mijn ouders het spirituele spoor van mijn affiniteit met innerlijke zintuigen heeft blootgelegd.[3] Ik doorschouw en beluister mijn gevoelens met mijn innerlijke zintuigen. Ik heb gemerkt dat tekenen en schilderen voor mij ook een goede toegang zijn tot mijn innerlijke zintuigen, tot het luisteren naar en gehoor geven aan de gevoelens, gedachten, onzekerheden en processen die mij bezighouden. Deze worden verhelderd door de creatieve vormgeving en doordat de vertragende beweging mij als het ware naar binnen laat luisteren. Creativiteit geeft verheldering, even de tijd nemen om te gaan zitten en middels een eenvoudig teken- of schilderwerk  me intuïtief uiteen te zetten met wat mij bezig houdt. Of door te dansen.

Hoe luister je?

In het verkennen van mijn manier van luisteren heb ik tevens mijn bekwaamheden kunnen ontplooien en ben ik aldus aan mezelf gegeven. Iemand vroeg mij eens: hoe luister jij tijdens een begeleidingsgesprek eigenlijk naar het verhaal van de ander? Ik heb ongeveer een jaar over deze vraag nagedacht. Hoe luister ik? Zonder oordeel, zonder nieuwsgierigheid naar de details, maar met een diepe betrokkenheid op de dynamiek die in het verhaal naar boven komt; waar het schuurt, pijn doet, waar een ervaren belemmerende zonde geen zonde is maar vanuit kwetsbaarheid is ontstaan[4], waar je lief tegenover jezelf mag staan, waar vragen leven en waar verlangen gevoeld wordt. Luisteren naar dynamiek is essentieel in de mystagogische begeleiding.

            De dynamiek die ik beluister is een verschuiving van externe waardering naar interne waardering. De beweging naar binnen dus, waar je eigen gevoelens, waarnemingen, karakter, verlangens, bekwaamheden het ankerpunt van persoonlijke waardering worden. Zoals iemand tegen mij zei: “Jij luistert naar mijn aandrijvingsmechanisme.” Dit kan ook een vraag oproepen: “Mag het wel?” Die persoonlijke en unieke aandrijving is in het leven vaak verborgen gebleven. Wanneer het gezien en gehoord mag worden, dan geeft dat tegelijkertijd verdriet en dankbaarheid: je wordt stil, tranen stromen, en er wordt naar binnen geluisterd. Daar gebeurt een mysterie. Een mysterie waarin je naar binnen luistert en kijkt om een bron van zelfliefde te vinden. Wat daar gebeurt is moeilijk onder woorden te brengen, misschien soms achteraf wanneer de ervaring in het leven geïntegreerd raakt en geleefd wordt. Dan zijn woorden te geven aan hoe je jezelf hebt kunnen worden, wat er vrij is gekomen in je zelfbeleving. Dat is ongeweten weten. Intuïtief weten dat het waar is wat je van jezelf ziet en hoort, en er toch nog niets van begrijpen omdat het tegelijkertijd nieuw en vertrouwd is.

            In mijn manier van luisteren en verwoorden van dit nog onbekende eigene voelt de ander dat het klopt, dat het past en dat het mag. Dat is mystagogie. Het blijkt dat mijn luisteren en gehoor geven diep resoneert met het luisteren van de ander naar zichzelf. Hierdoor kan je in jezelf gaan verstaan wat eerder nog verhuld was. Zo kom je in aanraking met wie je ten diepste bent en word je langzamerhand bevrijd van je innerlijke criticus. In dat luisteren naar zichzelf begeleid ik mensen door mee te luisteren naar de dynamiek in hun verhaal en wat zich daarin als verlangen uit.

Je kunt je door een ander in het mysterie van jezelf laten begeleiden; door iemand die de bekwaamheid heeft om tussen en voorbij de woorden te luisteren naar het nog onbekende eigene in jou dat gekend wil worden. Iedere mystagoog is altijd onbewust bekwaam, want iemands wordingsproces voltrekt zich altijd in het verborgene. Een goede mystagoog zal je in contact brengen met je eigen innerlijk, je eigen zelfkennis, je eigen intuïtie, je eigen levenservaringen, je eigen verlangen. Alleen in het luisteren naar wat in jezelf verborgen is kun je aan jezelf gegeven worden. Je mag je eigen mystagoog zijn. Zo word je je eigen mystagoog in een aanvoelen van verlangens die het vermogen hebben om jou aan jezelf te geven en die intiemer in je aanwezig zijn dan je bewuste overwegingen kunnen begrijpen.


[1] Titus Brandsma was Karmeliet en hoogleraar in de Wijsbegeerte en de Geschiedenis van de vroomheid, met name in de Nederlandse mystiek. Hij is in 1942 in Dachau overleden. Het Titus Brandsma Instituut aan de Radboud Universiteit te Nijmegen is opgericht ter nagedachtenis aan hem, om zijn wetenschappelijke activiteiten met betrekking tot de studie van de spiritualiteit en de mystiek voort te zetten.

[2] Petra Galama, “Mijn God gelooft in mij” in: Remonstrantse preken (en wat wij er aan hebben om iets vrijer te worden) (Utrecht, 2016)

[3] Zie ook Petra Galama, “Oude paden, diep verlangen: een persoonlijk reisverhaal” in: In mij stroomt een rivier. Remonstrantse predikanten over wat hen bezielt (Meinema, 2017) en “Julianne van Norwich – over de wederkerigheid van zelfkennis en godskennis” in Speling, 2018/2.

[4] Over hoe de theologe en mystica Julianne van Norwich het christelijk begrip van de zonde interpreteert vanuit de menselijke kwetsbaarheid, zie Petra Galama, “Behold How I Love You:” Theology and Mystagogy of Julian of Norwich’s Showing of Love,” (2006) en “Kwetsbaar verlangen: mystagogische oriëntering in de geestelijke verzorging,” (2015). De dissertatie en de proponentscriptie zijn te downloaden via www.spiritwijs.eu/persoonlijkheid of via arminiusinstituut.remonstranten.nl/petra-galama.

Naam van de auteur

Naam: Petra Galama