Skip to content

Oorspronkelijk luisteren

Als dochter van dove ouders is luisteren in stilte de hartslag van mijn leven geworden. In die stilte leerde ik luisteren kennen in zijn diepste betekenis: als mystieke ontvankelijkheid.

Soms draagt een woord meer in zich dan wij op het eerste gehoor vermoeden. Dat geldt zeker ook voor het woord luisteren. In onze taal klinkt daarin ook luister mee: schoonheid, schittering, de glans van een stralend licht.

Nog voordat wij het licht zien, begint in de verborgenheid van de baarmoeder ons oor zich te vormen. De vorming van het oor is een van de mooiste en wonderlijkste mysteries van ons lichaam. Het ontstaat niet in één keer, maar uit verschillende kleine beginselen die zich langzaam tot één luisterend geheel voegen.

Al heel vroeg verschijnen aan weerszijden van het jonge embryo bijna onzichtbare plooitjes uit weefsel dat nauw verbonden is met de vroege aanleg van het zenuwstelsel. Uit dit kleine begin ontvouwt zich het binnenoor: het slakkenhuis, dat later klank zal ontvangen, en het evenwichtsorgaan, waarmee wij ons oriënteren in de ruimte.

Ook het middenoor vindt zijn vorm: de drie kleine gehoorbeentjes worden voorbereid in het kraakbeen, alsof het lichaam alvast een resonantieruimte bouwt voor de trillingen die later zullen komen.

Terwijl het gezicht zich ontvouwt, groeit aan de buitenkant de oorschelp. Iedere oorschelp is uniek gevormd, zoals ieder leven een eigen vorm vindt. Kleine huidwelvingen naderen elkaar rond de toekomstige gehoorgang en vormen langzaam een open ruimte waardoor de wereld ons kan bereiken.

En terwijl de rest van het kleine lichaam nog groeit en zich verder vormt, is dit wonderlijke orgaan bijna voltooid. Alleen de fijne verbindingen tussen oor, gehoorzenuw en hersenen blijven zich nog hechter verweven.

En dan gebeurt er iets ontroerends: in het donker beginnen wij te luisteren.

Het oor helpt het ongeboren kind zich te oriënteren in de ruimte. Zwevend in het vruchtwater oefent het de eerste bewegingen, vindt balans en voelt of het hoofdje naar boven of onder gericht is in het lichaam van de moeder. In diezelfde tijd dringen de ritmische hartslag, de ademhaling en de stem van de moeder steeds helderder door. Alsof evenwicht en luisteren vanaf het begin een bijzondere plaats krijgen in ons leven. Nabijheid, emotionele verbondenheid en taal worden in het donker gedragen door hartslag, ademhaling en stem.

Dat dit alles gebeurt voordat wij onszelf kennen als ‘ik’, blijft een groot mysterie. In het donker wordt een orgaan gevormd dat bestemd is voor trilling, stem, ritme en nabijheid.

Nog voor er woorden zijn, is er luisteren. Luisteren is meer dan een zintuig. Het is een oorspronkelijke manier om in de wereld te zijn. Geschapen in schoonste harmonie, zoals Rumi en Eckhart bezingen: wat wij werkelijk zoeken, is niet wat wij buiten onszelf vinden — het is wat zich diep van binnen aandient.

Misschien is ons oor daarom als een kleine schelp gevormd: een beschermende luisterpoort rond een opening naar de wereld, en tegelijk verwijzend naar een verborgen binnenruimte — wachtend om beluisterd te worden.