Thich Nhat Hanh

Thich Nhat Hanh

Sinds kort ben ik terug bij mijn eerste liefde Thich Nhat Hanh. Ook wel Thay genoemd, wat leraar betekent. Ik herlees zijn boeken, dagboeken, verhalen en gedichten. Via de Plum Village app beluister ik nu thuis meditaties, waaronder het geluid van de bosuil bij Thay’s hut en de klaterende regen op de veranda. Ooit mocht ik op bezoek komen in zijn huisje, een houten hut aan de voet van een heuvel. Ik zat daar rustig en in verwondering dat ik zo dichtbij deze man mocht komen. Thay zelf was met de kinderen buiten op het gras aan het spelen. Dat was in Plum Village in Zuid-Frankrijk.

Ook heb ik eens hand in hand met Thay gelopen. Tijdens de loopmeditaties zag ik de verstilling in Thay. Hij nam een van de kinderen bij de hand. Dan liepen ze samen in verstilling. Met achter hen een hele sliert aandachtig wandelende mensen. Ik heb moed verzameld, ben naast Thay gaan lopen en heb mijn hand uitgestoken naar zijn hand. Stap voor stap liepen wij samen door de bossen. Dat was op de Veluwe tijdens een retraite.

 

Ultieme dimensie

Na deze loopmeditatie was ik weer eens in Plum Village voor een drieweekse retraite. Daar raakte ik bevriend met een van de monniken. Samen spraken we over de ultieme dimensie. Hij vertelde me ook dat het voor een monnik niet gepast is om hand in hand te lopen met een vrouw. Gelukkig wist ik dat nog niet toen ik Thay de hand vroeg.  Ach, en ik was toen al zo eigenwijs…

Tijdens die retraite heb ik Thay een brief geschreven over mijn prille gewaarwordingen in de mystiek. Via mijn bevriende monnik hoorde ik dat Thay de brief lang vond. Ik weet niet of daar bewondering of verveling uit sprak. Maar ik weet wel dat ik begeesterd was door mijn ontdekkingen. Hij vroeg mijn vriend waar wij elkaar ontmoet hadden. Na enig overpeinzen antwoordde hij: “In de ultieme dimensie.” Een mooie gedachte.

 

Heling

Ik ben verwonderd dat ervaringen van de ultieme dimensie een in mijzelf verborgen heling  aanraken; opdat mijn verwonding mag omvormen. Verwond(er)ing… Een verandering waar je niet om hebt gevraagd kan soms de diepste heling brengen.

Als we zaadjes planten die heilzaam en gezond zijn,
zullen die misschien voor een verandering zorgen
zonder dat wij erom vragen.

Het onbekende eigene

Het onbekende eigene

Omdat mystagogie verweven is met iemands levensverhaal zal ik ter illustratie op mijn ervaringen reflecteren. Hoe mijn contrastervaringen mijn weg naar de mystagogie mogelijk hebben gemaakt en hoe ik vanuit de stilte, door op te groeien met dove ouders, het luisteren ontdekt heb en als spiritueel spoor heb bloot gelegd.

Mystagogie is een theologische begeleidingswijze (agogie), waarin het mysterie (mustèrion) richting geeft aan je persoonlijke ontplooiing en het ontdekken van je verlangens. De zoektocht die de mystagogie beoogt kan omschreven worden als een binnengeleid worden in het mysterie van wie je ten diepste bent en is mystiek. In de huidige beleving van spiritualiteit zijn mensen zoekende naar zichzelf. Je kunt dat beschouwen als een verlangen naar mystiek. Mystieke ervaring is niet een ervaring van het buitengewone, maar de ervaring van jouw authenticiteit die vorm heeft gekregen en wil krijgen in het dagelijkse leven. In het verwerken van je levenservaringen mag je ontplooien wie jij bent en word je congruent met jezelf. Mystagogie is daarom ook een therapeutisch proces. Iemand die deze vorm van levensbegeleiding hanteert noemen we een mystagoog. Een mystagoog zal voeling hebben met mystieke aspecten in het wordingsproces. Een mystagogisch proces is een reflectie op het bekende van wie je geworden bent en een verkenning van het onbekende van wie je ten diepste bent.

 

Het contrast beluisteren

In de mystagogie wordt de persoonlijkheid die je geworden bent, met je karakter en je levenservaringen, verkend in het licht van je verlangen waar je nog geen woorden aan kunt geven. Door een contrastervaring komen vertrouwde ervaringen en je identiteit in een ander perspectief te staan. Er gebeurt iets wat niet past in het normale patroon. Het normale wordt vreemd. Het leven wordt een raadsel. Je raakt vervreemd of ontheemd van jezelf. Zoals in mijn leven, door de doofheid van mijn ouders, waardoor een horende vorm van communicatie verstoord is. De contrastervaring beïnvloedt op een onbewuste wijze het zelfbeeld en de levenshouding. Die onbewuste beïnvloeding zal als een rode draad door het leven heengaan en steeds opnieuw om verwerking en bewustwording vragen, vanuit een onbewust verlangen jezelf  te worden tegen de ontwrichtende krachten van het contrast in. Hoe onbewust dat verlangen ook is, het verlangen om jezelf te hervinden doorheen de contrastervaring blijft in je doorwerken. Je voelt het eigene van jezelf aan, maar hebt er aanvankelijk nog geen woorden voor en weet ook nog niet hoe het eigene zich in je kan ontplooien. Je raakt hier aan een groot mysterie.

Een rode draad in de complexe reflectie op het bekende en het verkennen van het onbekende in mijn leven is gevormd door een zingeving van horen en luisteren. De doofheid van mijn ouders heeft mijn identiteit diepgaand gekleurd. Ik ben vertrouwd geworden met de stilte. Maar het contrast tussen de communicatie van mijn ouders en mijn manier van communicatie geeft ook discongruentie in hoe ik mijzelf ervaar. “Ik mag horen”, is voor mij een ijkpunt geworden in het woorden geven aan wie ik ben en aan mijn verlangen. Dat uit zich in een geleidelijke openbaring van wat luisteren voor mij betekent. Het besef dat ik mag horen, dat ik mijn stem mag gebruiken om te spreken, dat anderen mij mogen horen, dat ik gehoord mag worden door anderen. Dat mijn ouders er gelukkig om zijn dat ik hoor. In mijn ontplooiing als een horende en luisterende mens mag ik congruent worden.

In het verkennen van het verlangen is er aandacht voor de heling van de persoonlijkheid; hoe je uit de ontstane vervreemding van jezelf opnieuw mag ontdekken wie je ten diepste bent, wat je bekwaamheden zijn, je waarden, wat waardevol is, je levenszin en je verlangens. De dynamiek tussen de vervreemding en het zichzelf hervinden is een complex proces, want in de vervreemding ben je ook met jezelf vertrouwd geworden. Soms is een nieuwe contrastervaring nodig om de vervreemding waarmee je vertrouwd bent geworden aan het licht te brengen. Jouw bekende verlangens krijgen een wending of je krijgt een ongekend diepe wonderschone ervaring waarvan je het diepste verlangen nog niet kende.

Ik ontdek dat mijn horen niet de snelle communicatie van talkshows kan verwerken, noch van bepaalde andere vormen van horen; een harde stem, de snelle prater, de cabaretier, hoorcolleges, politieke debatten. Die wijzen van horen kan ik maar met mate beoefenen, ook al worden ze hoog gewaardeerd in de wereld om me heen. Dit is voor mij ook een contrastervaring; niet het contrast tussen het niet kunnen horen van mijn ouders en het horen van mij, maar een contrast tussen mijn stille en vertragende horen en het luide en snelle horen van de wereld om mij heen. De bewustwording van het contrast geeft mijn verlangen aldus richting.

In mij is er een verlangen om mijn eigen stijl van horen te ontplooien. Mijn horen blijkt een luisteren vanuit stilte te zijn. De stilte blijft me vertrouwd en ik mag in deze vertrouwdheid mezelf worden als horende mens. Dat betekent dat ik steeds opnieuw onbekende aspecten van mijn luisteren mag ontplooien. Zo heb ik al verschillende aspecten van luisteren ontdekt die bij mij passen: in rustig gesprek met anderen, vanuit stilte luisteren, voorbij de woorden luisteren, naar binnen luisteren, de zachte stem beluisteren, de innerlijke stem, ingaan in het hart dat luistert.

Gaandeweg blijkt dat mijn horen een talent in zich verbergt dat zich mag ontwikkelen tot een bekwaamheid, waarin het luisteren voorbij de woorden zo essentieel is. Mijn verlangen heeft mij aldus richting gegeven in het worden van wie ik ten diepste ben, met mijn bekwaamheden en zingeving in mijn leven.

 

Aan jezelf gegeven worden

Niemand weet hoe iemand zichzelf zal (her)vinden, maar het verlangen wijst de richting. Het verlangen geeft geleidelijk aan bewustwording hoe het nog onbekende eigene in jezelf geïntegreerd kan worden. Het karakteristieke van de mystagogie is de herkenning van een mystieke dynamiek in het zingevingsproces. Dat onderscheidt het van andere therapeutische benaderingen. Wanneer je met een vergrootglas de mystieke dynamiek van het jezelf worden probeert te bekijken en vervolgens te verwoorden, dan wordt de ontvangende vorm benadrukt. Zoals in de uitdrukking: aan jezelf gegeven worden. Worden wie je ten diepste bent is een ervaring van het aan jezelf gegeven worden. Het is eigen aan de mystagogie om het therapeutisch proces in de ontvangende vorm te verwoorden, omdat ze oog heeft voor de mystieke aspecten van jezelf worden. Mystiek lijkt dan enkel passief te zijn, maar dat is een opvatting die niet strookt met de werkelijkheid. Immers niemand slijt de dagen in passiviteit. Altijd ben je bezig met iets. In de trein zitten bijvoorbeeld. En in dat reizen kan er innerlijk veel gebeuren. Met de trein reizen is verwerken, naar buiten staren, terugkijken en vooruitkijken. In dat werken gebeurt er iets wat je niet zou verwachten en wat je niet in de hand hebt. Je wordt aan jezelf teruggegeven. Je wordt je verlangen gewaar. De relatieve rust van het reizen geeft ruimte aan deze dynamiek. Met de trein reizen, breien, wandelen, tuinieren, muziek beluisteren, dansen, schilderen, mediteren, schrijven, lezen en spelen, vertragen de tijd en verstillen het gemoed waardoor je diep in je eigen ziel kan kijken. De levenshouding die hierin leidinggevend zal gaan worden, is een ontvangend omgaan met het onbekende, dat ook wel een houding van niet-weten wordt genoemd.

Ik heb vele uren in de bus en de trein gezeten tijdens mijn studie aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Ik heb in die jaren hard gestudeerd en ben zelfs cum laude afgestudeerd, maar in de bus had ik bijna nooit een boek in mijn hand en veel heb ik naar buiten gekeken. Ik kan me nog heel goed het moment van een prachtige zonsondergang herinneren en mijn gevoel daarbij. Van Titus Brandsma wordt wel gezegd dat hij in de trein een mysticus is geworden. Ik voel dat ook zo. Er is affiniteit tussen hem en mij: als ik een jongen was geweest dan zouden mijn ouders mij naar Titus vernoemd hebben. Later ben ik het schrijven gaan ontdekken om uiting te geven aan het spirituele spoor dat in mijn leven voelbaar is geworden. Ik heb een artikeltje geschreven over innerlijke zintuigen. Dit thema koos ik niet vanuit een vooropgezette bedoeling, maar al schrijvende ontstond het zo. Ik mijmerde over mystieke thema’s: ieder mens draagt iets kostbaars in zich (Martin Buber); ogen in mijn innerlijk geschetst (Jan van het Kruis); ingaan in het hart dat luistert (Soetra van de barmhartige). Later pas zag ik een verband met mijn contrastervaring en hoe de stille communicatie met mijn ouders het spirituele spoor van mijn affiniteit met innerlijke zintuigen heeft blootgelegd. Ik doorschouw en beluister mijn gevoelens met mijn innerlijke zintuigen. Ik heb gemerkt dat tekenen en schilderen voor mij ook een goede toegang zijn tot mijn innerlijke zintuigen, tot het luisteren naar en gehoor geven aan de gevoelens, gedachten, onzekerheden en processen die mij bezighouden. Deze worden verhelderd door de creatieve vormgeving en doordat de vertragende beweging mij als het ware naar binnen laat luisteren. Creativiteit geeft verheldering, even de tijd nemen om te gaan zitten en middels een eenvoudig teken- of schilderwerk  me intuïtief uiteen te zetten met wat mij bezig houdt. Of door te dansen.

 

Hoe luister je?

In het verkennen van mijn manier van luisteren heb ik tevens mijn bekwaamheden kunnen ontplooien en ben ik aldus aan mezelf gegeven. Iemand vroeg mij eens: hoe luister jij tijdens een begeleidingsgesprek eigenlijk naar het verhaal van de ander? Ik heb ongeveer een jaar over deze vraag nagedacht. Hoe luister ik? Zonder oordeel, zonder nieuwsgierigheid naar de details, maar met een diepe betrokkenheid op de dynamiek die in het verhaal naar boven komt; waar het schuurt, pijn doet, waar een ervaren belemmerende zonde geen zonde is maar vanuit kwetsbaarheid is ontstaan, waar je lief tegenover jezelf mag staan, waar vragen leven en waar verlangen gevoeld wordt. Luisteren naar dynamiek is essentieel in de mystagogische begeleiding.

            De dynamiek die ik beluister is een verschuiving van externe waardering naar interne waardering. De beweging naar binnen dus, waar je eigen gevoelens, waarnemingen, karakter, verlangens, bekwaamheden het ankerpunt van persoonlijke waardering worden. Zoals iemand tegen mij zei: “Jij luistert naar mijn aandrijvingsmechanisme.” Dit kan ook een vraag oproepen: “Mag het wel?” Die persoonlijke en unieke aandrijving is in het leven vaak verborgen gebleven. Wanneer het gezien en gehoord mag worden, dan geeft dat tegelijkertijd verdriet en dankbaarheid: je wordt stil, tranen stromen, en er wordt naar binnen geluisterd. Daar gebeurt een mysterie. Een mysterie waarin je naar binnen luistert en kijkt om een bron van zelfliefde te vinden. Wat daar gebeurt is moeilijk onder woorden te brengen, misschien soms achteraf wanneer de ervaring in het leven geïntegreerd raakt en geleefd wordt. Dan zijn woorden te geven aan hoe je jezelf hebt kunnen worden, wat er vrij is gekomen in je zelfbeleving. Dat is ongeweten weten. Intuïtief weten dat het waar is wat je van jezelf ziet en hoort, en er toch nog niets van begrijpen omdat het tegelijkertijd nieuw en vertrouwd is.

            In mijn manier van luisteren en verwoorden van dit nog onbekende eigene voelt de ander dat het klopt, dat het past en dat het mag. Dat is mystagogie. Het blijkt dat mijn luisteren en gehoor geven diep resoneert met het luisteren van de ander naar zichzelf. Hierdoor kan je in jezelf gaan verstaan wat eerder nog verhuld was. Zo kom je in aanraking met wie je ten diepste bent en word je langzamerhand bevrijd van je innerlijke criticus. In dat luisteren naar zichzelf begeleid ik mensen door mee te luisteren naar de dynamiek in hun verhaal en wat zich daarin als verlangen uit.

Je kunt je door een ander in het mysterie van jezelf laten begeleiden; door iemand die de bekwaamheid heeft om tussen en voorbij de woorden te luisteren naar het nog onbekende eigene in jou dat gekend wil worden. Iedere mystagoog is altijd onbewust bekwaam, want iemands wordingsproces voltrekt zich altijd in het verborgene. Een goede mystagoog zal je in contact brengen met je eigen innerlijk, je eigen zelfkennis, je eigen intuïtie, je eigen levenservaringen, je eigen verlangen. Alleen in het luisteren naar wat in jezelf verborgen is kun je aan jezelf gegeven worden. Je mag je eigen mystagoog zijn. Zo word je je eigen mystagoog in een aanvoelen van verlangens die het vermogen hebben om jou aan jezelf te geven en die intiemer in je aanwezig zijn dan je bewuste overwegingen kunnen begrijpen.

De wederkerigheid van zelfkennis en Godskennis

De wederkerigheid van zelfkennis en Godskennis

Hoe zijn de visioenen van Julianne van Norwich voor mij persoonlijk een baken? Dat is geen vreemde vraag, want ruim twintig jaren heb ik mij verdiept in haar werk en ik ben gepromoveerd op haar theologie en mystagogie. Mijn onderzoek heeft meer betekend dan wetenschappelijke studie. Het heeft mij zelf het mysterie laten binnengaan. Hier leest u dus een persoonlijk verhaal, in de ik-vorm. Toch vermoed ik dat u zich in mijn verhaal kunt herkennen en die herkenning wil ik oproepen. Ik sluit mij dan ook aan bij de intentie die Julianne ooit uitsprak: dat uw eigen ervaring een dieper vertrouwen mag geven dan mijn woorden kunnen overbrengen.

Een wijsheid van Julianne die mij nieuwsgierig heeft gemaakt en die geleidelijk aan een vertrouwen in mij verankerd heeft, gaat over de wederkerigheid van zelfkennis en godskennis. 

Zo zag ik dat de Godskennis vlotter en gemakkelijker in ons bereik ligt dan de kennis van onze eigen ziel.


Op het eerste gezicht is dit een vreemde uitspraak. De mystici zeggen immers graag dat God onkenbaar is en díe waarheid kunnen we zeker niet loslaten. Kennis van God gaat ons te boven. En toch, zeggen deze woorden dat we gemakkelijker van God kunnen weten dan dat we onze eigen ziel kennen. Het is een paradoxale uitspraak, kenmerkend voor mystiek, waarin mijn denken geen houvast vindt en die mij daardoor laat luisteren naar mijn diepere intuïtie dat ik voor mezelf altijd een mysterie zal zijn. Als ik mezelf wil leren kennen, dan ga ik een mysterie tegemoet.

Een baken wil mij veiligheid bieden op de weg, opdat ik niet afdwaal. Waar komt de veiligheid vandaan wanneer ik me toevertrouw aan een mystieke tekst, terwijl deze me binnenleidt in het onbekende van wie ik ben? De veiligheid voel ik diep van binnen, doordat de godservaringen van Julianne accordeert met mijn eigen ervaring. Haar godsbesef is doordrongen van een intense vreugde.

En nooit kunnen we met willen en met minnen ophouden tot we God bezitten in de volheid van de vreugde.

Wanneer we in waarheid en helderheid weten en zien wat het “ik” is, dan zullen we ook onze God echt en klaar zien en kennen in volheid van vreugde.


Ik zal dit proberen te duiden met mijn eigen ervaring. Ik weet nog precies waar ik als 17 jarige fietste toen een intense vreugde uit het niets en zonder reden in mij ontvlamde. Mijn onmiddellijke gedachte was: ‘dit is niet van mij; deze vreugde is in mij, maar groter dan mijn eigen vreugde.’ Het was een mystieke aanraking. Deze ervaring werd de bron waardoor ik mij jaren later zonder voorbehoud door Julianne kon laten leiden in het geheim van godskennis en zelfkennis.

Ik ben in dialoog gegaan met een veertiende-eeuwse vrouw die een wijsheid van alle tijden heeft opgeschreven. Dit betekende het leren verstaan van een mystagogische begeleiding die is vormgegeven binnen een christelijke theologie. Julianne’s levensbeschouwing was gekleurd door de christelijke tijdsgeest en dat vroeg ook van haarzelf een proces van onderscheiding. Op haar theologie en haar onderscheidings-proces dat bevrijdende inzichten heeft gebracht, zal ik hier niet ingaan. Liever wil verkennen hoe de wijze van haar visionaire schouwen een richting gever in mijn eigen mystagogische ontwikkeling is. Zoals de vreugde in haar schouwen voor mij een steevast baken vormde.

In haar visionaire schouwen onderscheidt Julianne drie aspecten. Zintuigelijke waarneming; woorden die zich vormen in haar geest (bewustwording); en geestelijke waarneming die onuitsprekelijk is (spiritueel inzicht). God zelf wil ons dit inzicht geven. Het mooie is dat Julianne het merendeel van haar geschrift wijdt aan het onzegbare. Haar mystagogische kracht ligt in de taaluitingen die cirkelen om het mysterie, om, zoals Julianne het noemt, onze ziel te leren zich in wijsheid te hechten in de goedheid van God. De drie bakens die Julianne in haar schouwen begeleidden, kunnen ook mij in dit mysterie begeleiden. Aandacht geven aan mijn levenservaring (zintuiglijke waarneming); een diepere motivatie in mijn ervaringen gewaarworden (bewustwording); en mij aan God toevertrouwen in het wordingsproces van wie ik ten diepste ben (spiritueel inzicht).

Een baken in de visioenen van Julianne zijn de woorden die zich vormen in haar geest. In verwondering over wat zij schouwt stelt zij vragen en ontvangt antwoorden, die soms weer tot nieuwe vragen leiden.

Ik bekeek het nauwkeurig met het oog van mijn verstand en dacht: “Wat zou dit kunnen zijn?”


Het stellen van vragen en reflectie op de vraag is één van de wijzen waarop ik tot zelfkennis mag komen. De vraag wordt mijn mystagoog, een richting gever die mij voorbij het bekende brengt. Door te vragen krijg ik toegang tot het mysterie van mijzelf. Soms is er een onbestemd gevoel of er gebeurt iets, waarvan ik me afvraag ‘wat zou dit kunnen zijn’ en ‘waartoe mag dit mij brengen’? Oftewel, wat is de diepere motivatie die in mij verborgen ligt? Ik kan de vraag lang uit de weg gaan, maar soms is ze er ineens. Dan wordt er een antwoord verlangd. De antwoorden liggen niet voor het grijpen, maar zullen zich openbaren in het luisteren naar de vraag, naar alle gevoelens die daarmee gepaard gaan en in de reflectie op wat tot deze vraag heeft geleid. Ik kijk terug en ik kijk vooruit. Ik denk na en doorvoel de emoties die de verschillende perspectieven op de vraag en op het verhaal daaromtrent met zich meebrengen. Ik mag mijn verhaal verwerken, door in de spiegel te kijken, door datgene wat mij is overkomen of wat mij mogelijk te wachten staat te accepteren en daarin bij mezelf te komen en te zien wat er mogelijk is: welke perspectieven zich openen. Soms ontstaat er iets nieuws wat ik nooit had kunnen bedenken. Soms word ik juist steviger geworteld in wat mij vertrouwd is. De vragen waarmee ik leef geven mij uiteindelijk aan mezelf wanneer ik het antwoord ga leven. Ik ervaar dit als een omgaan met het mysterie.

Een onuitsprekelijk visioen dat mij lange tijd heeft beziggehouden in de duiding van mijn levenservaring is Julianne’s schouwen van God in zichzelf.

En daarna schouwde ik God in zichzelf, naar de kracht van mijn begripsvermogen, en doorheen dit visioen zag ik dat God in alle dingen aanwezig is. Ik schouwde met aandacht, ziende en wetende in dit visioen dat God alles doet dat gedaan wordt.


Door de vragende reflectie op mijn levenservaring en de diepere motivatie die daarin aan het licht komt, is een vertrouwen ontstaan dat toeval soms niet bestaat en dat er een goddelijke aanwezigheid kan zijn in wat mij mag toevallen in het bewust worden van wie ik ben en waartoe. Op sommige momenten in mijn leven ontstaan er onverwachte mogelijkheden die mij dichter bij mijzelf brengen. Dit vertrouwen hecht mij in het mysterie dat God zelf mij begeleidt in het worden van wie ik ben. Zo mijmerend over de wederkerigheid van zelfkennis en godskennis begin ik me af te vragen of God mij dieper kent dan ik mezelf ken. Zou God mijn innerlijk richtingsgevoel kunnen zijn, dat mij al vragend, reflecterend en ontvangend richting geeft in het mysterie van mezelf? Dit biedt een prachtig spiritueel inzicht: ik begrijp God niet, maar God begrijpt mij ten diepste wel en geeft mij richting en mogelijkheden om te worden wie ik ben.

Oude paden, diep verlangen – een persoonlijk reisverhaal

Oude paden, diep verlangen – een persoonlijk reisverhaal

 

 

Als dochter van dove ouders is de stilte mij vertrouwd. Nu weet ik inmiddels dat in de stilte vragen opwellen die mij ter harte gaan en die als een gids zijn op mijn levensweg. Zo stelde ik in mijn jonge jaren mezelf vragen die mij op weg zetten: wie ben ik en waartoe? Het was een levensgevoel van waaruit ik in die dagen mijn vragen stelde, weliswaar onbewust en niet in de stellige bewoordingen zoals ik ze later in boeken ben tegengekomen: wat is de zin van mijn levenwaarom ben ik eigenlijk hier op aarde? Iets in mij stelde deze vragen, of liever, liet mij zoeken naar antwoorden en motiveerde mij in de keuzes die ik maakte. De keuzes waren deels bewust en deels onbewust, vanuit een innerlijk weten welke kant ik uit wilde om antwoorden te vinden. Zo ging ik op weg.

Ik koos er voor om aan de universiteit religiestudies te gaan studeren, een toentertijd nieuwe studie die paste bij wat ik zocht: een brede verdieping in verschillende religies en aanverwante vakken zoals psychologie en filosofie. Over God wist ik toen eigenlijk niets, want oude godsbeelden hadden voor mij afgedaan en nieuwe godsbeelden hadden zich nog niet gevormd. Ik was vrij om te ontdekken wat ik nu eigenlijk geloof. Overigens, het woord geloof had toentertijd ook geen betekenis voor mij, waarschijnlijk omdat het woord te ver afstond van wat mij innerlijk bewoog. Woorden als God en geloof verwezen naar iets buiten mij en daarmee kon ik mij niet verbinden. Maar ik was wel nieuwsgierig. En zo was ik zoekend naar wat dan wel bij mij past als het gaat om zingeving, om de reden van mijn bestaan.

Gedurende mijn universitaire studie, waar ik de tijd voor nam en acht jaar over gedaan heb, zei ik jarenlang tegen vrienden dat het donker was om mij heen wat betreft het inzicht dat ik zocht en de beroepsrichting die ik uit wilde gaan. Nergens viel nog een lichtpuntje te ontwaren. Ik wist wel dat ik de juiste studiekeuze had gemaakt, maar de zingeving van wie ik ben had ik nog nergens gevonden. Het was natuurlijk een zeer intellectuele studie, en ik wist toen nog niet dat de antwoorden op mijn vragen niet op dat niveau te vinden zijn. Ik bleef volhouden en geleidelijk aan wijzigde ik mijn koers: ik bleef wel studeren maar gaf mijzelf vrije ruimte om leeg te worden van alle wetenschappelijke verwachtingen die er op mij werden gelegd. Dit deed ik door me bezig te houden met de zeer praktische benadering van de boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh: leven met aandacht. Ik verdiepte mij in zijn meditatieve benadering van het leven en van de mens. Ik bezocht hem enkele malen in zijn sangha in Frankrijk: Plum Village. Ik las zijn boeken. Wat ik ontdekte, klopte met het leven zoals ik dat ervoer en tegelijkertijd ontdekte ik de ruimte voor het mysterie, het onbekende en het onverklaarbare. En ik veranderde geleidelijk aan, ging anders in het leven staan en werd me bewuster van de diepgang in de menselijke ziel.

Op een keer had ik een droom; lopend door het gras in loopmeditatie met Thich Nhat Hanh en zijn gemeenschap, ging ik op een gegeven moment mijn eigen weg en trok mijn eigen spoor in een nog ongerept weiland waar zich mijn voetstappen aftekenden in het platgetrapte gras achter mij. Deze droom is mij altijd bijgebleven en gaf mij toentertijd het vertrouwen dat ik zocht, namelijk dat ik ongebaande wegen mocht bewandelen daarbij vertrouwend op een innerlijke gids. Ik mocht in alle eenzaamheid de ongebaande wegen in mijn leven verkennen om te zien waar ik uit zou komen, al wandelend in de voetsporen van oude tradities en vanuit het toentertijd nog onbewuste vertrouwen in de dragende en leidende kracht van mijn diepste verlangen.

In die tijd dat ik mijn droom droomde had ik inmiddels ook via het Titus Brandsma Instituut kennis gemaakt met de christelijke monastieke traditie waarin ruimte is voor de mystieke godservaring. Vele jaren heb ik mystieke teksten bestudeerd en ben zelfs gepromoveerd op de mystieke theologie van de Engelse visionaire Julianne van Norwich. Geleidelijk aan is zich in mij een proces gaan voltrekken waarin mijn persoonlijke ervaring zich is gaan afstemmen op het mystieke en ben ik bewust erop gaan vertrouwen dat het mystieke zich verbindt met mijn levensweg. Het mystieke ben ik gaan ervaren als een luisterende wijsheid, die mij dieper kent dan ik mijzelf ken. Het diepste kennen van onszelf blijft immers een mysterie.

Zo is God voor mij een gids geworden. Mijn God is in mijn vragen, in mijn verlangen en in mijn innerlijke stilte, en deze tezamen zijn als een intuïtie die, ook als ik het zelf nog niet weet, mijn weg weet te vinden al is het op slingerwegen.

In het gaan van mijn weg heb ik mij in de loop van de jaren mogen ontwikkelen tot een mystagoge, iemand die anderen begeleidt (agein) in het mysterie (mysta). Ik ben een gids geworden op de onbekende wegen die mensen verkennen om het geheim van hun diepste zelf te ontdekken. De ander ervaart de ruimte om als het ware bij zichzelf naar binnen te luisteren. Het brengt hem of haar dieper dan het verstandelijke verwerken. Hij of zij krijgt voeling met het innerlijk verlangen en de eigen krachtbronnen. Nog steeds zoek ik naar woorden om uit te drukken wat een mystagoge nu eigenlijk doet: moderne woorden die een kompas kunnen zijn op die oude weg die tevens van alle tijden is. Ik begin dan vaak te stamelen, want ook al zijn er woorden te vinden, de essentie is zo moeilijk overdraagbaar. Niet iedereen is er gevoelig voor. Mijn woorden worden pas zinvol als iemand ze van binnenuit kan aanvoelen, wanneer je het ‘aha gevoel’ krijgt of wanneer iets in hen antwoordt: dat herken ik, of misschien wel, daar verlang ik naar! Een persoonlijke snaar wordt dan geraakt.

De instrumenten die ik in de mystagogische begeleiding gebruik zijn verscheiden.

In groepen lees en bespreek ik mystieke teksten en kies deze uit op, wat ik noem, hun specifieke ontplooiingskracht. Zoals groei in zelfvertrouwen, de ontdekking van wie je ten diepste bent, heling van kwetsuren, durven verkennen van nieuwe wegen, van vertrouwen en van verlangen. Door met elkaar te spreken over wat de mystieke tekst jou zegt en hoe ze jou uitdaagt, word je verder gebracht in het je eigen maken van de ontplooiing die wil gebeuren in jou. Verder werk ik met de wijsheid van het lichaam en met creatieve oefeningen, bijvoorbeeld met klei of met de natuur en met zang. Het innerlijk bewust worden gebeurt ook via zintuigen, handen en stem, die vorm geven aan wat iemand ten diepste weet maar wat ook nog een mysterie is. Dat kan heel verassend zijn. Tijdens bezinningsweekenden mediteren we ook in stilte, want innerlijke stilte beschouw ik als het fundament van mystagogische omvormingsprocessen. En zelf ben ik natuurlijk een belangrijk instrument. De bron van mijn mystagogische begeleiding is mijn innerlijke stilte, van waaruit ik gehoor kan geven aan het ontplooiingsproces dat zich wil voltrekken in de ander.

Onlangs ben ik eenzelfde mystieke dynamiek tegengekomen in een moderne ‘look’. Het gaat om de Theorie U die ontwikkeld is als dynamisch instrument voor gewenste persoonlijke, culturele en bestuurskundige veranderingen in het bedrijfsleven. Oude religieuze tradities hebben invloed gehad op de moderne vormgeving van Theorie U. Deze theorie zoekt de verdieping van de open geest, open hart en open wil, opdat verandering mogelijk wordt vanuit de toekomst die op ons af komt, de toekomst die gewild wordt. Het valt me op dat ook veel jonge mensen zich geboeid weten door Theorie U. Ik merk dat mensen zoekende zijn naar wie zij werkelijk zijn om van daaruit hun werk vorm te geven. In mijn woorden, de diepste verandering kan gebeuren wanneer iemand in aanraking is met zijn of haar diepste verlangen. Deze krijgt geleidelijk aan vorm in wie iemand werkelijk wil zijn en wat iemand werkelijk in de context van zijn of haar werk wil doen. Vaak gaat het in de zoektocht naar zichzelf om, wat ik noem, een verschuiving van zwaartepunt. We zijn geneigd om het verstand in te zetten als ons belangrijkste instrument, maar de kracht daarvan is beperkt. Gevoel, verlangen, intuïtie, innerlijk vertrouwen en innerlijke stilte zijn ook belangrijke kenbronnen om te weten wie je bent en wat je wilt.

Tijdens een training in Theorie U leerde ik een prachtige oefening, met een zeer verrassend en krachtig effect. Probeer het zelf maar. Je kunt de oefening heel goed alleen of in tweetallen doen, waarbij de één de ander op de weg van gedachten, gevoelens en wil begeleidt en de bijbehorende vragen stelt: van het hoofd naar beneden naar de buik en zoals in de U weer naar boven naar het hart. Het gaat zo:

Neem een persoonlijke vraag in gedachten die jou bezig houdt en die voor jou als een gids op je weg kan zijn. Leg je hand op je voorhoofd: dit is de plaats van je gedachten. Wat zeggen je gedachten? Leg je hand op je buik: dit is de plaats van je gevoelens. Wat zeggen je gevoelens? Willen je gevoelens nog iets zeggen tegen je gedachten? Leg je hand op je hart: dit is de plaats van je wil, je verlangen. Wat zegt je verlangen? Wil je hart iets zeggen tegen je gedachten of tegen je gevoelens? Schrijf maar op wat je hebt ervaren in deze innerlijke dialoog.

Luister maar naar jezelf, naar alle gevoelens en gedachten die in je omgaan, naar je zielsbewegingen. Treedt binnen in het diepste centrum van je ziel waar het stil wordt en waar je gaat voelen dat je je mag toevertrouwen aan jouw verlangen, je intuïtie en kunt vertrouwen op je wilskracht. Wellicht merk je dat het in je hart stil wordt, dat er vertrouwen en zelfvertrouwen is. Wat verlang jij? Welke ongebaande wegen zou je willen gaan?

 

Gepubliceerd in: In mij stroomt een rivier. Remonstrantse predikanten over wat hen bezielt.’ 

De lach van de monikken in de Tibetaanse traditie: een herinnering

De lach van de monikken in de Tibetaanse traditie: een herinnering

In de zomer van 1999 was ik in Ladakh, hoog in de Himalaya in Noord-India grenzend aan Tibet.  Ladakh heeft dan ook een Tibetaans Boeddhistische cultuur. Bij toeval kwam ik Nawang tegen, een monnik en leraar. Hij sprak vloeiend Engels en dat was ongebruikelijk in Ladakh. Hij nodigde me uit om bij hem te logeren en Engels aan de jonge monniken te leren. En dat deed ik dan ook en zo geschiedde.


Bewieroken

In die zomer was er een belangrijke lama (spirituele leraar) op rondtocht langs de verschillende kloosters. Hij gaf onderricht aan monniken en dorpelingen. Hij was een ernstige man en in mijn ogen wat chagrijnig.  En dat terwijl de Tibetanen zo bekend staan om hun goedlachsheid. Nu kwam hij in het klooster waar ik verbleef. Mensen uit de omliggende dorpen stroomden naar het klooster om daar enkele dagen te blijven. De dag waarop de lama arriveerde besloot ik in het kloosterwinkeltje enkele rolletjes wierook te kopen om mee naar huis te nemen. De man die mij hielp keek zo verheugd bij mijn aankoop dat ik het een beetje vreemd vond, maar zijn uitstraling was zo groot dat ik tenslotte begreep dat de wierook uitgedeeld moest worden aan de jonge monniken om zo de lama bij aankomst te bewieroken. Dat heb ik dus in volle overtuiging gedaan, al was het lastig om bij stevige wind de wierook brandend te krijgen.


Een waardige rituele begroeting

Toen de ernstige lama uit de auto was gestapt en met zijn gevolg naar de ontvangstzaal was geleid, vonden de oudere monniken dat ook ik hem moest begroeten en wel als eerste! Ik kreeg een witte sjaal in mijn handen, die ik al eerder had gezien, gedrapeerd over Boeddhabeelden. Het is een rituele sjaal en ik begreep dat ik deze aan de lama moest geven, maar verder begreep ik er niets van. Ik wilde dus liever niet als eerste, maar de monniken stonden erop dat ik als eerste zou gaan. En dat alles werd mij in gebaren en met geduw duidelijk gemaakt. Ik liep dus maar rustig met de sjaal in mijn handen naar de lama. Hij zat daar op een meditatiekussen op de grond achter een lage lange tafel en naast hem zaten andere lama’s. Het was een hele rij in bordeauxrood geklede mannen. Ernstig kijkend. Ik gaf het witte sjaaltje als een propje aan de lama en maakte een diepe buiging voor hem. Hij legde de opgepropte sjaal op mijn hoofd terwijl ik gebogen voor hem stond. En toen begon hij hartelijk en uitbundig te lachen. En alle lama’s lachten uitbundig met hem mee. Ik voelde me idioot en wist dat ik iets niet goed had gedaan. Ze lachten om mij! Toen ik op mijn schreden was teruggekeerd, legden de enigszins geschrokken monniken mij uit dat ik de sjaal over mijn beide handen had moeten draperen, en zo aan de lama had moeten geven, zodat hij de sjaal over mijn nek had kunnen draperen. Dat was een waardige rituele handeling geweest. Wel had ik een diepe innerlijke troost: ik had de ernstige lama aan het lachen gekregen. Zo was het weer passend in het Tibetaanse monnikendom.

Ingaan in het hart dat luistert

Ingaan in het hart dat luistert

Overdenking over een boeddhistische soetra over ingaan in het hart dat luistert en woorden van Maria de Groot over ingaan in de innerlijke ruimte

Alhoewel het gaat om twee teksten uit twee totaal verschillende tradities en periodes, is de dynamiek van beide teksten dezelfde. Ze gaan over inkeer en luisteren; hoe er naar ons geluisterd wordt door iemand die ons ten diepste kent. Een begrepen worden dat geen ander heeft van jou.

Maria de Groot keert in haar innerlijke ruimte die zij de innerlijke kapel noemt en ontmoet daar de ogen van Christus die haar aanzien. In stilte ontvangt zij het antwoord dat Christus haar diepste wonden ziet, zelfs haar verborgen verwondingen. En dat hij haar wonden zal helen. Dat het stille gebed niets anders is dan het openleggen van onze wonden voor het aangezicht van God. Kwetsbaar durven zijn.

De soetra van de Mededogende spreekt over ingaan in het hart dat luistert. Het is dezelfde beweging van inkeer. Ook dezelfde kracht van genezing. Genezing door compassie. We kennen allemaal aan den lijve de kracht van compassie. Wat het met je doet als een ander werkelijk naar jou luistert. Zonder oordeel, in liefde en met begrip. Compassie is verbonden met onze (innerlijke) zintuigen: zien en luisteren. Durven wij naar binnen te zien en te luisteren naar wat ons ten diepste bezig houdt? Hoe krijg dat zien en luisteren vorm, wat is de oorsprong ervan?

Lange tijd heb ik over de dynamiek van de teksten nagedacht. Want beide teksten vragen om vertrouwen. Durf ik te vertrouwen dat er een hart is dat naar mij luistert, een goddelijk hart dat voeling heeft zelfs met mijn verborgen verwondingen? Durf ik daarop te vertrouwen? En wat kan er aan mij gebeuren als ik vertrouw op die helende kracht van dat goddelijk hart? Deze vragen hielden mij bezig. Want vertrouwen betekent niet dat je iets maar als waarheid aanneemt, dat je zegt, ik geloof het wel. Vertrouwen betekent dat je uitprobeert wat die waarheid inhoudt, dat je die gaat beproeven en aan den lijve ervaren. Dat je die weg in gaat van inkeer in het hart dat luistert.

Ingaan in het hart dat luistert, wat betekent dat dan? En hoe doe je dat dan; ingaan in dat hart? Ik ben in mijn eigen hart gaan luisteren en heb mezelf toevertrouwd aan een kracht die met mij meeluistert en die groter is dan mijzelf. Steeds opnieuw heb ik die beweging herhaald. In mezelf luisteren naar alle gevoelens en gedachten die in mij omgaan, naar mijn zielsbewegingen heb ik geluisterd en mezelf toevertrouwt aan een kracht die mij dieper kent dan ik mezelf ken.

En ik ben veranderd. Oude wonden die ik zelf al goed kende, zijn gaan helen, op een manier die dieper is dan ik zelf had kunnen bedenken of doen. Het is niet dat ik mezelf beter ben gaan begrijpen, want ik kende mezelf al aardig goed. Zelfreflectie laat ons kijken naar de wortels van ons gedrag en dat had ik goed geoefend. Maar het ingaan in het hart dat luistert heeft me iets anders geleerd. Ik ben een weg gaan vinden uit de complexe patronen die hun oorsprong hadden in mijn pijn. En nog mooier, ik heb een bron van zachtheid in mezelf gevonden.

Ik spreek maar even voor mezelf. Maar ongetwijfeld heeft u eenzelfde ervaring, of verlangt u er naar. Vraag uzelf maar af: wat betekent dat en hoe doe ik dat? Hoe ga ik in, in het hart dat luistert? Luister naar binnen, naar uw zielsbewegingen; en luister dan met de oren van Christus, van God, die u dieper kent dan u uzelf kent en die luistert om u te willen helen. Wie weet welke weg naar heling er voor u open gaat. Wie weet wat voor kostbaars u in uzelf mag ontdekken.

Verlangen te weten wie ik ten diepste ben

Verlangen te weten wie ik ten diepste ben

Onlangs begeleidde ik een groep mensen om te verkennen wat het lezen van mystieke teksten met ieder van ons doet, wat we herkennen in ons eigen leven en hoe ze ons misschien veranderen.  We spraken over het boek Innerlijke ruimte waarin de theologe en dichter Maria de Groot haar spirituele weg omschrijft. Ze schrijft hoe vanuit de innerlijke stilte in haar enkele vragen opwellen: wie ben ik en waartoe en wie bent U die mij hierheen riep? De volgende dag raakte ik in gesprek met een jonge vrouw, die zichzelf deze vraag stelde: wie ben ik? Door stil te staan bij deze vragen kan je een diepe verwondering over je bestaan gewaar worden. Deze laat je verder verstillen tot het meest wezenlijke voelen van jezelf en zet je ook in beweging om te gaan ervaren wat werkelijk bij je past; je eigen verlangen.

We spraken er met elkaar over dat in het verstillen van het ‘iets’ willen, iets wat nog onbekend is en wat wellicht buiten ons ligt, je gevoelig kunt worden voor het wezenlijk verlangen dat in jezelf te vinden is. Dat kan een verlangen zijn te ontdekken en te ontplooien wie je ten diepste bent. In het verstillen van de verschillende stemmen die zeggen wie je zou moeten zijn, kan je die ene stem gaan horen waarin je werkelijk jezelf herkent en waartoe je je geroepen voelt.  Soms gebeurt er onverwacht iets wat je dichter bij jezelf brengt. Het is heel goed mogelijk dat je een luistervaardigheid ontwikkelt die ruimer is dan je eigen oren, doordat je open komt te staan voor een luisterend vermogen die jou dieper kent dan jij jezelf kent.  Een luisterend vermogen die je als een innerlijke stem zodanig begeleidt op je levensweg dat je ongekende eigenschappen van jezelf gaat ontdekken en vormgeven. Eigenschappen en talenten waarvan je voelt dat ze bij je horen en authentiek zijn.

Probeer het maar. Laat het maar stil worden en laat het verlangen jou maar motiveren op jouw unieke weg. Ook al is het een langzaam proces, je zult gaan veranderen, gaan helen, in je kracht gaan staan en vertrouwen krijgen in je talenten. Je zult het aandurven om weer meer jezelf te zijn en gebaande wegen te gaan verlaten. Go Other Directions.

Mijn God gelooft in mij

Mijn God gelooft in mij

Het godsbesef dat hier wordt verwoord is een omkering van wat er normaliter verstaan wordt onder geloof. Niet ik geloof in God; maar wel mijn God gelooft in mijGod gelooft in mij kan een mij totaal onverwacht overkomende ervaring zijn of een langzaam ontluikend besef. Ten diepste gaat het om een besef waardoor ik bevestigd word in mijn bestaan, met mijn duisternis en licht, mijn kwetsuren en verlangens, mijn beperkingen en mogelijkheden, mijn verdriet en vreugde, mijn woede en liefde, mijn onzekerheden en zelfvertrouwen.


God kent mij ten diepste

Het besef verwoordt in God gelooft in mij sluit aan bij mijn persoonlijke intuïtie: God kent mij ten diepste. Zo ook geloof ik dat deze intuïtie voor ieder mens toegankelijk is en dus vormt het tevens het uitgangspunt van de wijze waarop ik begeleiding geef aan mensen die dit inzicht in zichzelf willen verkennen, persoonlijk of in een groep door het lezen van mystieke teksten. Dat is een mystagogische begeleiding in het mysterie van iemands diepste wezen. In het lezen van mystieke teksten krijg ik gaandeweg voeling met mijn diepste zelf en ben ik zoekend naar woorden of beelden die kunnen uitdrukken wat mijn werkelijke verlangen is. Dit is uniek voor iedereen. Het mysterie van het diepste wezen is het meest intieme van mijzelf, mijn innigste zelf dat ik intuïtief aanvoel. Het is een mysterie omdat mijn diepste wezen nog onvermoede mogelijkheden in zich draagt die verder reiken dan wat ik al weet van mijzelf. Het is een mysterie omdat het verstand er geen controle over kan krijgen, maar de mogelijkheden die het diepste wezen biedt kunnen wel aangevoeld worden in het verlangen om mij te laten vormen in en door dit mysterie. De vormende dynamiek van het mysterie is intuïtief voelbaar in mijn verlangen.

Mystieke teksten zijn vol van God en dus ga ik in het lezen ervan zoeken naar nieuwe taal en beelden om te verwoorden en te ervaren wat er gebeurt als ik het woord God in de mond neemt. In dat zoekproces kan iemand God in zichzelf ontdekken, als de dynamiek van het mysterie die mij ten diepste vormt. God is niet een iets, een die of dat daarbuiten, maar een scheppingsproces dat zich in mijn leven aan mij mag voltrekken. Ik krijg voeling met een bewegings- en vormingskracht die mij mijn levensweg laat gaan en mij mezelf laat ontdekken in en door het goddelijk mysterie.


Voeling krijgen met mijn diepste zelf

Martin Buber spreekt over het voeling krijgen met wat kostbaar is in mij: “Ieder draagt iets kostbaars in zich, dat in geen ander te vinden is. Wat echter dit kostbare is, kan zij slechts ontdekken wanneer zij haar sterkste gevoelens, haar innigste wens, datgene in haar wat haar diepste innerlijk beroert, waarachtig beseft.” Het is een diep verlangen in mij om mijn unieke mogelijkheden en kostbare talenten te ontdekken. Daarbij vrij wordend van hoe anderen vinden dat ik zou moeten zijn, een wijze van naar mij zelf kijken door de ogen van anderen die mijn vorming mede heeft bepaald. Helaas heeft mijn innerlijke criticus zo de controle in handen dat ik zelf niet meer kan zien of niet durf te laten zien wat mijn diepste verlangen is. Mijn verlangen is dan verborgen en is soms helemaal dichtgetimmerd met ideeën over hoe ik zou moeten zijn. Ook kan mijn verlangen als het ware verlamd zijn door pijnlijke ervaringen die ik opgedaan heb in het leven. Dan wordt mijn verlangen niet meer als betrouwbaar ervaren en is het veiliger om het besef van mijn sterkste gevoelens en innigste wensen niet te laten ontluiken.

Toch, zo is de ervaring, kan het verlangen mij in beweging zetten, tegendraads aan mijn weerbarstigheid, in het opdelven van het nog onvermoede in mij. En de ervaring leert, dat als het mysterie van mijn diepste zelf in mij opgedolven wil worden, ik mag gaan vertrouwen op de dynamiek van mijn verlangen en intuïtie.


Verlangende ogen in mijn innerlijk geschetst

Door het lezen van mystieke teksten kunnen we vertrouwen gaan geven aan de wijze waarop we als het ware van binnenuit gezien, gehoord en gekend worden. Jan van het Kruis beschrijft deze ervaring: “Jij vormde, plotseling, de verlangende ogen in mijn innerlijk geschetst!” Wie ben Jij die mij verlangend aanziet en in mij een verlangen aanwakkert? Verlangende, liefdevolle ogen die open durven kijken. Open met een dubbele klemtoon: een open visie zonder oordeel en mij openend om mezelf te gaan zien zoals ik werkelijk ben. De ogen zijn geschetst in mijn diepste innerlijk en zien mijn innigste wens. Durf ik dat in al mijn kwetsbaarheid toe te laten?


Ingaan in het hart dat luistert

In een boeddhistische soetra wordt het geven van vertrouwen aan mijn verlangen verwoord als het ingaan in het hart dat luistert. “Dat ik mag ingaan tot dit hart dat luistert. Dit is mijn hart, doe hier jouw werk. 0 mededogende, kom en luister. Spreek en geef mij richting.” Een mededogend luisteren naar mij, naar het verdriet dat in mij is genesteld. Ik mag vertrouwen geven aan de innerlijke stem die zachtjes fluistert: Wat zou jij willen dat er van jou gehoord wordt? Wat verlang jij ten diepste?


Voelen als een kunstenaar

Michelangelo zou eens gezegd hebben: “In deze steen zit een kunstwerk verscholen en ik ben het aan het bevrijden.” Wie ik ten diepste ben is al verborgen in mij aanwezig, als een mysterie, en de kunstenaar heeft de vaardigheid en het aanvoelingsvermogen nodig om mij voorzichtig uit de steen te hakken en vrij te maken van alles wat in de weg zit. Een kunstenaar kijkt naar de innerlijke vorm, voelt de weerbarstigheid van het gesteente, hoort het kloppen van de hamer en voelt met handen en vingertoppen hoe het gesteente zich vormt. Mijn diepste verlangen, mijn innigste wens, is als de intuïtie van een kunstenaar die voeling heeft met mijn diepste zelf als de mysterieuze, creatieve, scheppende en richtinggevende kracht in mijn leven.

De innerlijke weg

De innerlijke weg

Mystagogie

Hier leest u de mystieke teksten aan de hand waarvan wij onze eigen unieke weg hebben verkend tijdens het bezinningsweekend in Steyl (22-24 april 2016) of de avonden mystieke tekstlezing in Oosterhout (maandag 18, 25 april en 9, 23 mei 2016) met het thema: de innerlijke weg. Tijdens het bezinningsweekend zullen ook creatieve werkvormen, zang en stilte ons begeleiden op de weg naar binnen.

Martin Buber: Ingaan in jouw weg  

Soetra van de mededogende: Geef mij richting  

Jan van het Kruis: In het duister gaan  

Thomas Merton: In de diepte gaan  

Hadewijch: Wegen blijven zien  

 

Martin Buber: Ingaan in jouw weg

Alle mensen hebben toegang tot God, maar ieder heeft een andere. Juist in de verscheidenheid van de mensen, in de verscheidenheid van hun aanleg en hun neigingen, ligt de grote mogelijkheid voor het mensdom. Gods alomvattend Wezen openbaart zich in de oneindige veelheid van wegen die tot God voeren, waarvan elke voor de mens openstaat.

God zegt niet: ‘Dit is een weg die tot Mij voert, en die echter niet’, maar God zegt: ‘Alles wat je doet, kan een weg zijn tot Mij, als je het maar zo doet, dat het je tot Mij leidt’

Wat echter datgene is dat juist deze mens, en geen andere, doen kan en doen mag, kan haar alleen uit haarzelf duidelijk worden. Het kan slechts op een dwaalspoor voeren indien iemand ernaar kijkt hoever een ander het heeft gebracht en zij tracht hem dit na te doen; want daardoor ontgaat haar juist datgene waartoe zij en uitsluitend zij geroepen is.

Langs welke weg een mens tot God komt, kan dus niets anders dan het inzicht in haar eigen wezen haar zeggen, het inzicht in haar ware aanleg en haar ware neigingen. ‘Ieder draagt iets kostbaars in zich, dat in geen ander te vinden is.’ Wat echter dit ‘kostbare’ is in een mens, kan zij slechts ontdekken wanneer zij haar sterkste gevoelens, haar innigste wens, datgene in haar wat haar diepste innerlijk beroert, waarachtig beseft.

 

Soetra van de mededogende: Geef mij richting

Eer aan Haar die naar de noodkreten
die enkel mededogen is,
die de sprong waagt voorbij alle angst.

Dat ik mag ingaan tot dit hart dat luistert,
het is van alle zingeving de volheid,
grond en loutering van al wat leeft.

O alziende, o al-overstijgende, oneindig mededogende:
dit is mijn hart, doe hier jouw werk.
Oh mededogende, kom en luister. 0, kom en luister.
Spreek, spreek en geef mij richting.

Gezegend, moed die onbegrensd vertrouwen schenkt,
die altijd dieper het bestaan doordringt.
Dat deze bede steeds meer uit het hart mag komen
en steeds dieper werken mag…

  

Jan van het Kruis: In het duister gaan

Geen licht, geen gids, dan wat er gloeide in het hart; dat gidste mij.

De reden ook dat de ziel niet alleen veilig gaat, zo in het donker, maar eveneens meer winst behaalt en vorderingen maakt, is in het volgende gelegen. Wanneer zij voortgang boekt en vorderingen maakt, gebeurt dit meestal op een wijze die zij zelf het minst begrijpt. Zij denkt gewoonlijk veeleer, dat zij verloren loopt. Aangezien zij nooit eerder die nieuwe ervaring had die haar doet uitgaan uit haar vroegere manier van doen en haar verblindt en verwart, meent zij eerder dat zij verloren loopt dan dat zij het goed doet en vooruitgaat. Zij ziet immers dat zij verliest wat zij wist en smaakte, en zij ziet zich gaan langs een weg waarop zij niet weet of smaakt.

Zo gaat een reiziger, om naar nieuwe gebieden te gaan die hij niet kent en waar hij geen ondervinding van heeft, langs nieuwe wegen, die hij niet kent en nog niet heeft beproefd. Wat hij van tevoren wist, is hem nu niet tot gids en twijfelend gaat hij voort op het woord van anderen. En het is duidelijk dat hij nooit in een nieuw gebied zou kunnen komen of meer te weten zou komen dan wat hij al wist, als hij niet nieuwe, onbekende wegen zou gaan en de bekende zou achterlaten.

Zo ook gaat degene die meer bijzonderheden van een vak of een kunst aan het leren is, altijd in het duister en niet met zijn vroegere kennis, want als hij die niet zou achterlaten, zou hij nooit daarvan loskomen of verder vorderingen maken. Zo, op dezelfde manier: hoe meer de ziel vooruitgaat, hoe meer zij gaat in duisternis en niet-weten.

Omdat God — zoals wij zeiden — de leermeester en gids is van deze blinde, namelijk de ziel.

 

Thomas Merton: In de diepte gaan

Er bestaat een punt waarin ik God kan ontmoeten in een echt en ervaar­baar contact met Gods oneindige werkelijkheid. Dit is de “plaats” van God, Gods heiligdom. Het is het punt waar mijn toevallige bestaan afhangt van Gods liefde. In mijzelf is er een figuurlijk toppunt van bestaan, waarin ik in leven wordt gehouden door mijn schepper.

Geen eigen inspanning kan je in wezenlijk contact met God brengen. Tenzij God zichzelf in jou uit, tenzij God Gods eigen naam uitspreekt in het centrum van je ziel

Onze ontdekking van God is op een bepaalde manier Gods ontdekking van ons. We kunnen niet naar de hemel reizen om God te vinden, omdat we niet kunnen weten waar de hemel is of wat de hemel is. God komt uit de he­mel en vindt ons. God kijkt naar ons uit in de diepte van Gods eigen oneindige wezen, dat overal aanwezig is, en wanneer God ons aanziet, geeft ons dat een nieuw bestaan en een nieuwe geest waarin we ook God kunnen ont­dekken. We kennen God slechts voor zover wij door God worden gekend en ons schouwen van God maakt deel uit van Gods schouwen van zichzelf.

We worden contemplatief, wanneer God zichzelf in ons ontdekt. Op dat moment opent zich het punt van ons contact met God, trekken we door het centrum van onze eigen nietigheid en gaan binnen in de oneindige werkelijkheid, waar we ontwaken als ons ware zelf.

 

Hadewijch: Wegen blijven zien

Wie de liefde volledig wil verkennen, mag ver reizen:
Door haar weidse weidsheid,
haar hoogste hoogte,
haar diepste afgrond.
Zij mag door alle stormen heen de wegen blijven zien.

Zó iemand leert het wonder van haar wonder kennen,
En wel door de wilde weidsheid helemaal door te gaan,
Te doorlopen zonder te blijven staan,
Door de hoogte te doorvliegen en te doorklimmen,
En de afgrond te doorzwemmen,

Om daar, als liefde, liefde geheel te ontvangen.

Inwijding in het ongeweten weten

Inwijding in het ongeweten weten

 

De auteur van dit kleine traktaatje Inwijding in het ongeweten weten leefde in Groot-Brittannië in de veertiende eeuw en is anoniem gebleven. Er zijn verscheidene speculaties over de identiteit van de auteur, maar in het algemeen wordt aangenomen dat het gaat om een Kartuizer monnik. De Kartuizers zijn monniken die leven volgens het woord monnos: alleen zijn. Zij leven als kluizenaars binnen een gemeenschap. Deze manier van leven is verfilmd in Into great silence over het leven van de monniken van de Grand Chartreuse in Frankrijk.

De monnik laat zich gelden als een mystagoog. Zijn geschriften zijn geen theologie maar een mystagogie: ze zijn bedoeld als een gids op de persoonlijke levensweg. De auteur wil niet op de voorgrond treden, maar alle ruimte maken voor God als de ware geestelijk begeleider. Gaan kennen zoals we door God gekend worden is de grondtoon van de Inwijding. In de Inwijding in het ongeweten weten geeft de monnik enkele handvaten om in de stilte te komen. Wat God in de stilte fluistert, daarover kan de monnik niets zeggen, want dat moet zelf beluisterd worden. De teksten uit de Inwijding staan in italics.

 

Zelfbeschouwing zonder oordeel

Wanneer je je inkeert in jezelf, vraag je dan niet af wat je eerst moet doen, maar schuif alle gedachten terzijde, de goede zowel als de slechte.

Naar jezelf durven kijken zonder oordeel: schuif alle gedachten terzijde, de goede zowel als de slechte. Het is voor velen een levenskunst om het zelfoordeel los te laten. Steeds weer komen er oordelen op in onze gedachten. En wanneer we onszelf niet beoordelen, dan hebben we wellicht een uitgesproken mening over een ander. Contemplatief leven zet een mens met twee benen op de grond en leert ons het leven te accepteren zoals het is. Dit is een meditatieve houding.

Waarschijnlijk is dit een van de redenen waarom de Inwijding in het ongeweten weten wel vergeleken wordt met zen meditatie. In jezelf keren en zonder oordeel alle gedachten observeren en loslaten. Door de praxis van de bewuste aandacht kan de realiteit van het leven zich laten zien; ook in de schaduwzijden en de pijnlijke plekken van het leven. In de bewuste aandacht ligt geen oordeel waarmee we onszelf omlaag trekken, noch een zichzelf prijzen en bevestigen waarmee we onszelf de hoogte insteken. Gelijkmoedigheid.

De zelfwaarneming wordt naakt en daarin ligt de kiem van de godsrelatie geborgen. Dan kunnen we er gevoelig voor worden om onszelf te gaan zien zoals God ons ziet. Dan kan het verlangen naar wie we werkelijk zijn zich laten horen.

 

 Stil gebed als zelfgave

 Bid niet met woorden, behalve als je daar genoegen aan beleeft. En als je toch woorden wilt gebruiken, bekommer je dan niet om de lengte van je gebed; vraag je ook niet af wat het betekent, of het nu een collecte is of een psalm, een hymne of een antifoon, of een ander gebed, liturgisch of privé, in de geest verwoord of luidop gesproken.

Een contemplatieve houding van niet-oordelen kan onder meer ingeoefend worden door het stille gebed, door het lezen van de Schrift, psalmen en mystieke teksten en door het zingen van hymnen. Zij kunnen sporen uitzetten die voor ons nog onbekend zijn. Er kan een perspectiefverandering of bewustzijnsverandering mogelijk worden. Het besef kan tot ons doordringen dat wij door God geschapen zijn, dat wij ten diepste bemind worden door God. Een houding van overgave kan als een hymne in ons gaan zingen: ‘niet mijn wil maar uw wil geschiede.’ ‘De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren.‘ Een houding van niet-oordelen kan ook ruimte geven voor gebed en voor een stil gebed zonder woorden. Het opent de ruimte voor het bidden in stilte en overgave aan God.

Maar zorg ervoor dat in je biddende geest niets anders aanwezig is dan een loutere gerichtheid, reikend naar God en ontdaan van iedere gedachte over God zoals God is in zichzelf of in zijn werken, maar alleen gericht op God, die is zoals God is. Laat God zichzelf zijn, bid ik je, en niets anders. Probeer niet God te peilen met je vernuftig verstand. Maar laat het geloof de grondslag zijn.

Steeds herhaalt de monnik dat gedachten over God losgelaten moeten worden. God is groter dan we ons kunnen indenken. De menselijke vermogens zijn niet in staat om God te kennen of te doorgronden. Het wezen van God is onkenbaar.

Deze loutere gerichtheid, die helemaal in het geloof gegrondvest en geworteld is, mag intellectueel en emotioneel niets anders zijn dan een naakt denken en een blind voelen van je bestaan.

De monnik kan ons inwijden in de stilte van het gebed zonder woorden, waar het denken en het voelen naakt worden. Omdat we niet meer oordelen over alles wat we voelen en ons inbeelden wordt ook ons verlangen naakt. We verlangen er niet meer naar onszelf omlaag te trekken of omhoog te heffen in zelfbespiegelingen die niet ons ware wezen raken. Het verlangen wordt ontbloot van het zoeken naar onszelf.

De herhalingen van het geschrift over het naakt worden van gedachten staan ten dienste van de inoefening; het is als het gebed dat herhaaldelijk gereciteerd wordt ter ondersteuning van het stille gebed. De inoefening herinnert ons eraan niet enkel op ons eigen denken te vertrouwen. Ze ondersteunt een levenshouding waarin minder gewicht wordt gegeven aan alles wat wij beredeneren om het leven te organiseren naar onze eigen maatstaven. Van dat scherpzinnige denken moet de zwaarte weggenomen worden opdat het licht werk wordt, opdat we een nieuw zwaartepunt vinden. Een zwaartepunt dat niet in ons denken ligt, maar in, wat de monnik noemt, het uiterste puntje van de geest, namelijk in ons diepste wezen. Voor sommige mensen is dit een natuurlijke geneigdheid en wordt ze ervaren als een licht werk. Voor anderen is deze geestesgesteldheid een zwaar werk, want het valt moeilijk om het denken te verstillen en het gevoelig te maken voor Gods initiatief. Wij vragen ons wellicht af: bestaat het werkelijk dat God het initiatief overneemt?

In de zelfgave van het stille gebed worden het zelfstandige denken en de eigen willigheid onthecht, opdat God zelf de zwaartekracht wordt die het verstand en de wil naar God toetrekt. Zoals de zwaartekracht een steen naar de aarde toetrekt, zo trekt het verlangen ons in God. Het zwaartepunt van ons denken komt in God te liggen. In plaats van dat wij naar God toe denken om God te begrijpen, vinden wij het zwaartepunt van ons denken in het besef dat God naar ons toe denkt. Namelijk dat God ons ten diepste kent.

Het is alsof je innerlijk aan God zei: “Wat ik ben, God, bied ik U aan, zonder te zoeken naar de eigenschappen van uw wezen, enkel gericht op U, die zijt zoals Gij zijt.” Laat deze duisternis jouw spiegel zijn en jouw geest helemaal omvatten. Denk aan jezelf op geen andere manier dan je denkt aan God; zo ben je, zonder verdeeldheid of verstrooidheid, één met God in de geest.

Hierin vindt de omkering plaats: ik denk niet naar God toe, maar God denkt naar mij toe. In mijn zelfgave aan God vertrouw ik mij toe aan de wijze waarop God naar mij toedenkt en mij ten diepste kent.

 

 Het mystieke besef van het ongeweten weten

Apofatische mystiek heeft altijd een keerzijde. De mystieke keerzijde van het niet-weten is het besef dat God ons diepste wezen is. De monnik spreekt over God als zijnsgrond.

Want God is jouw wezen en in God ben jij wat je bent, niet enkel omdat God de algemene oorsprong en zijnsgrond is, maar ook omdat God in jou jouw oorsprong en jouw zijnsgrond is.

God is oorsprong en zijnsgrond van ons bestaan. Hij is de schepper, boetseerder en wever van mijn leven, zegt psalm 139.

U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder.

Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het tot in het diepst van mijn ziel.

Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim.

Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Dit mystieke besef dat God de schepper is van mijn lichaam, van mijn diepste wezen en de vormer van iedere dag in mijn leven, dat zo beeldend wordt beschreven in de psalm, is ook de essentie van het gedachtegoed van de Inwijding in het ongeweten weten. God is oorsprong en zijnsgrond van het hele universum. Zoals is uitgedrukt in het scheppingsverhaal: God scheidde dag van nacht, hemel en aarde, water en land. God schiep de mens uit het stof van de aarde en blies de mens levensadem in de neus. God schiep de mens in Gods beeld.

De monnik zegt méér dan dat God oorsprong en zijnsgrond is van het universum. God is niet alleen de schepper van het grootste universum, maar ook de schepper van het kleine en kwetsbare, van iedere mens; God is in jou jouw oorsprong en jouw zijnsgrondGod zelf is jouw wezen. In God ben je wat je bent. Ín jouw. Niet van buitenaf, maar ín jouw. Van binnenuit, als iemand die jouw diepste wezen kent: God ís jouw diepste wezen. De monnik wil dit geloof in Gods scheppingswerk tot beséf laten komen: er weet van hebben dat God mijn nieren vormde en mij weefde in de buik van mijn moeder. Door het stille gebed kan het wonder van mijn bestaan tot besef komen; dit besef wordt geïnterioriseerd totdat het tot in het diepst van de ziel geweten wordt. Een mystiek besef.

Denk daarom in dit gebed aan God, zoals aan jezelf en aan jezelf zoals aan God: dat God is zoals God is, en dat jij bent zoals je bent, zodat je denken niet verdeeld is of verstrooid, maar één met God die alles is.

Het stille gebed is de eenwording met Gods wezen. Voorbij de oordelende zelfbespiegeling kunnen we soms een glimp opvangen van ons diepste wezen. Ons diepste wezen, vertelt de monnik, is God zelf. Ons diepste wezen, is voor God geen geheim. Voor onszelf is ons diepste wezen wel een geheim. We kennen ons en elkaars diepste wezen niet. Daarom is het voelen naakt: er is hier geen sprake van grootste ervaringen maar van de stilte van de oordelende zelfbespiegeling waarin ik mag zijn wie ik in waarheid ben.

Natuurlijk blijft er altijd dit verschil dat God jouw wezen is en jij niet Gods wezen. Want al zijn alle dingen in God als in hun oorsprong en in hun zijnsgrond en al is God in alle dingen de oorsprong en de zijnsgrond, toch is God alleen in zichzelf zijn eigen oorsprong en zijn eigen zijn. Zoals er niets kan bestaan buiten God, zo kan God niet bestaan buiten zichzelf; God is het zijn zowel voor zichzelf als voor alles. Alleen hierin is God onderscheiden van alles dat God het zijn ís zowel voor zichzelf als voor alles; en hierin is God één met alles (en alles in God) dat alle dingen in God hun zijnsgrond hebben en dat God hun aller zijn is.

De monnik spreekt over de wederkerigheid van liefde die in ons diepste wezen is ingeschapen, over de spiegeling van God in ons diepste wezen: niet ik, maar jij. Jíj bent mijn wezen. Jíj bent mijn verlangen. Jíj bent het wiens liefde mij tot aanzien brengt.

Wanneer je op die manier alle diepzinnig gezoek naar de gecompliceerde eigenschappen van Gods of jouw wezen terzijde schuift, zullen je verstand en je hart zonder verdeeldheid in genade één zijn met God. En wanneer je hart en je verstand zuiver en onverdeeld op God zijn gericht, dan zal God je, naakt als je bent, innerlijk raken met genade en je hart voeden met God alleen zoals God is. En dan zal, zij het dan ook slechts ten dele en als in een duistere spiegel zoals het nu eenmaal maar kan in dit leven, je hartsverlangen steeds sterker worden.

Dit verlangen in Gods ogen, die ons in de duistere spiegel van de ziel vol liefde aankijken, vormt de zwaartekracht die ons naar God toetrekt. Zo treden we binnen in het niet-weten, in het mysterie van ons leven.

Kijk daarom blij naar God op en zeg God in je binnenste of luidop: “Wat ik ben, God, bied ik U aan, want Gij zijt dat.” En bedenk dan, zonder bespiegelingen maar gewoon en eenvoudig, dat je bent zoals je bent.